Bij de intake meten we een aantal dingen op: hoe ver een gewricht beweegt, hoeveel kracht u kan zetten, hoe lang u een houding volhoudt. Die cijfers zijn geen doel op zich. Ze zijn het vertrekpunt waar we bij elke volgende sessie naar terugkijken.
Dat doen we omdat herstel zelden gelijkmatig verloopt. Een week met veel werk of slecht slapen voelt aan als achteruitgang, ook wanneer de beweeglijkheid gewoon is toegenomen. Omgekeerd kan een goede dag een vertekend beeld geven.
Wat we meten
Beweeglijkheid: hoeveel graden een gewricht aflegt, met een hoekmeter.
Kracht: wat u kan opbrengen tegen weerstand, links en rechts vergeleken.
Belastbaarheid: hoe lang of hoe vaak u een beweging volhoudt voor de klacht opspeelt.
Uw eigen inschatting: wat u weer kan doen in een gewone week.
Die laatste telt even zwaar als de andere drie. Een schouder die tien graden verder komt maar waarmee u nog altijd niet in de kast raakt, is nog niet waar we willen zijn.
Meten maakt van vooruitgang iets zichtbaars in plaats van iets dat u moet geloven.
Wat we ermee doen
Blijft een meting steken, dan is dat een reden om het plan bij te sturen: andere oefeningen, een andere opbouw, of overleg met uw arts. Loopt het sneller dan verwacht, dan mag de belasting omhoog. In beide gevallen weet u waarom er iets verandert.
U hoeft de cijfers niet te onthouden. Vraag er gerust naar tijdens een sessie; we lopen ze graag met u door.